Profetie in de Bijbel

Profetie

Bileam: God zal tegenstanders van IsraŽl verslaan

Numeri 24:1-9 | Webmaster3 | ingevoerd: 26-03-2014 | gewijzigd: 28-03-2014
Profeet: Bileam | Geadresseerde: Balak
Trefwoorden: Bileam, Balak, IsraŽl, zegen, vloek

Samenvatting

Opnieuw krijgt waarzegger Bileam de opdracht IsraŽl te vervloeken. Maar hij zegent het volk en zegt dat God zelf IsraŽls tegenstanders zal verslaan.

Bijbeltekst

1 Toen Bileam zag dat het in de ogen van de HEERE goed was dat hij IsraŽl zegende, ging hij niet, zoals de andere keren, over op bezweringen, maar richtte hij zijn gezicht naar de woestijn.
2 Toen Bileam zijn ogen opsloeg en IsraŽl zag, gelegerd volgens zijn stammen, kwam de Geest van God over hem.
3 Hij hief zijn spreuk aan en zei:

Bileam, de zoon van Beor, spreekt,
de man van wie de ogen geopend zijn, spreekt,
4 hij die de woorden van God hoort, spreekt;
die het visioen van de Almachtige ziet,
terwijl hij neervalt met ontsloten ogen.

5 Hoe goed zijn uw tenten, Jakob!
uw woningen, IsraŽl!
6 Als beekdalen strekken ze zich uit,
als tuinen aan een rivier;
de HEERE plantte ze als aloŽ's,
als ceders aan het water.

7 Water stroomt uit zijn emmers,
zijn zaad krijgt veel water;
zijn koning wordt boven Agag verheven
en zijn koningschap verheft zich.

8 God heeft hem uit Egypte geleid;
Hij is hem als de horens van een wilde os.
Hij zal heidenvolken, zijn tegenstanders, verslinden;
hun beenderen zal hij breken,
en met zijn pijlen doorboren.

9 Hij kromt zich, hij legt zich neer
als een leeuw, als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan?
Wie u zegent, is gezegend,
wie u vervloekt, is vervloekt!

Uitleg

Voor de derde keer krijgt waarzegger Bileam de opdracht van koning Balak om IsraŽl te vervloeken. Dit keer richt Bileam zijn gezicht naar de woestijn (kennelijk wordt daar de vlakte mee bedoeld waar het volk lag). Opnieuw komt er geen vloek uit de mond van Bileam, maar een zegen.

Bileam zegt dat IsraŽl er uit ziet als een prachtige tuin die door God aan het water is geplant. Daarmee wijst hij op de welvaart die de joden in hun land kunnen verwachten, maar ook dat het God is, die ze in het land heeft gebracht.

De zin "zijn koning wordt boven Agag verheven en zijn koningschap verheft zich" heeft waarschijnlijk betrekking op koning Agag van de Amalekieten waarover SamuŽl 15 schrijft. Hier lezen we dat IsraŽl inderdaad sterker is dan Agag. Die wordt door SamuŽl in stukken gehakt. We zouden ook veel verder in de tijd kunnen kijken: ooit zal Jezus koning van IsraŽl zijn en boven alle andere koningen verheven zijn.

In vers 8 wordt beschreven dat God IsraŽl uit Egypte bevrijd heeft en in de toekomst ook zal strijden voor het volk. Hij zal het zijn die de tegenstanders verslindt, hun beenderen breekt en met zijn pijlen doorboort. Dat God IsraŽl helpt als het met tegenstanders in strijd is verwikkeld zien we aan de oorlogen sinds de onafhankelijkheid van het land in 1948. Het kleine IsraŽl heeft die steeds gewonnen, ookal waren de tegenstanders - op papier - vaak veel sterker.

Vers 9 vergelijkt IsraŽl met een machtige leeuwin, en sluit af met de belofte en waarschuwing: Wie u zegent, is gezegend, wie u vervloekt, is vervloekt!

Vervuld: ja

Op alle onderdelen is deze profetie vervuld.

Gerelateerde profetieŽn

Bileam kan IsraŽl alleen zegenen (Num. 23:18-24)
Bileam profeteert dat IsraŽl een bijzonder volk is (Num. 23:7-10)
Bileam profeteert dat Jezus de tegenstanders van IsraŽl verslaat (Num. 24:10-25)

Reageer op deze bijdrage

Plaats hier een snelle reactie of log in en plaats een reactie met uw account.

Uw reactie
Controlevraag
Verder