Profetie in de Bijbel

Profetie

In een tijd van benauwdheid keren joden terug tot God

Deuteronomium 4:30-31 | Webmaster3 | ingevoerd: 26-09-2015 | gewijzigd: 26-09-2015
Profeet: Mozes | Geadresseerde: Israël
Trefwoorden: Mozes, verdrukking, Jezus, benauwdheid, joden

Samenvatting

Mozes profeteert dat de joden in een tijd van benauwdheid zullen terugkeren tot God.

Bijbeltekst

30 Wanneer u in benauwdheid zult zijn en al deze dingen u getroffen hebben, in later tijd, dan zult u terugkeren naar de HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzamen.
31 Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet loslaten, en u niet te gronde richten; Hij zal het verbond met uw vaderen, dat Hij onder ede met hen gesloten heeft, niet vergeten.

Uitleg

Deze verzen zijn een van de vroegste verwijzingen naar de tijd van grote verdrukking, waar Israël doorheen moet. In die tijd van benauwdheid, zullen de joden terugkeren naar de HEERE en Zijn stem gehoorzamen. Mozes schrijft dat dit zal gebeuren "in later tijd", een term waarmee vaak de eindtijd wordt aangeduid. De joden wordt beloofd dat ze dan niet te gronden worden gericht en dat God het verbond met hun vaderen niet zal vergeten. In het verbond dat God met Abraham (en zijn nageslacht) sloot, belooft God de joden onder meer een land en zegeningen. Zie voor details de gerelateerde profetieën.

Vervuld: nee

De tijd van grote benauwdheid waarin de joden massaal terugkeren naar de HEERE is nog niet begonnen. Zacharia 12:9-10 schrijft over deze tijd:
"Op die dag zal het gebeuren dat Ik alle heidenvolken die tegen Jeruzalem oprukken, zal willen wegvagen.
Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene."

Gerelateerde profetieën

Abram wordt een groot en gezegend nageslacht beloofd (Gen. 12:1-3)
God sluit een verbond met Abram en zijn nageslacht (Gen. 17:1-14)
Landbelofte aan Abram (Gen. 12:1-7)
Landbelofte aan Izak (Gen. 26:1-6)
Landbelofte aan Jakob (Gen. 28:10-14)
De joden zullen Jezus zien (Zach. 12:9-14)