Profetie in de Bijbel

Profeet

Johannes

Leefde: van ongeveer 6 tot ongeveer 101.

Hij was een van de apostelen van Jezus. Hij was de zoon van een visser genaamd ZebedeŘs en de broer van Jacobus. Hij schreef vijf boeken in het Nieuwe Testament: het evangelie volgens Johannes, drie brieven en de Openbaring van Johannes.

Bron: Wikipedia.

Bijbelboek Aantal Profetie
Bijbelboek Aantal Vervuld Profetie
1 Johannes2 De wereld gaat ooit voorbij (1 Joh. 2:15-17)
Wat is de aard van de antichrist? (1 Joh. 2:18-23)
Openbaring27 Jezus komt als een dief voor wie niet waakzaam is (Op. 3:3)
Johannes gaat omhoog naar de hemel (Op. 4:1)
Eerste zegel: een ruiter op een wit paard verschijnt (Op. 6:1-2)
Tweede zegel: vrede wordt weggenomen (Op. 6:3-4)
Derde zegel: economische crisis (Op. 6:5-6)
Vierde zegel: het rijk van de dood (Op. 6:7-8)
Vijfde zegel: christenen zullen gedood worden (Op. 6:9-11)
Zesde zegel: aardbeving, verduisteringen, vallende sterren (Op. 6:12-17)
144.000 joden worden verzegeld (Op. 7:1-8)
Zevende zegel: stilte in de hemel (Op. 8:1)
Engel werpt vuur op de aarde (Op. 8:2-5)
Eerste bazuin: derde deel van bomen verbrandt (Op. 8:7)
Tweede bazuin: de zee wordt bloed, eenderde van het zeeleven sterft (Op. 8:8-9)
Derde bazuin: een derde deel van de wateren wordt giftig (Op. 8:10-11)
Vierde bazuin: zon, maan en sterren worden verduisterd (Op. 8:12)
Vijfde bazuin, eerste wee: sprinkhanen pijnigen de mensen op aarde (Op. 9:1-12)
Zesde bazuin, tweede wee: een derde van de mensen wordt gedood (Op. 9:13-21)
Buitenste voorhof van de tempel is voor de heidenen (Op. 11:1-2)
Twee getuigen evangeliseren in Jeruzalem (Op. 11:3-6)
De twee getuigen worden vermoord (Op. 11:7-13)
Zevende bazuin: Jezus wordt koning (Op. 11:15-19)
Een vrouw met zon, maan en sterren verschijnt (Op. 12:1-2)
Het kind dat gebaard wordt, wordt weggerukt (Op. 12:3-6)
Een engel zal het evangelie verkondigen (Op. 14:6-7)
De tien horens verwoesten de hoer (Op. 17:16)
Christenen die hebben volgehouden gaan duizend jaar regeren (Op. 20:4-6)
Tweede opstanding van doden en witte troon (Op. 20:11-15)

Terug